U bent hier

Uitermate dramatisch broedseizoen voor kool- en pimpelmezen

Terwijl op het ogenblik zich nog enkele vervolglegsels en een zeldzaam tweede broedsel voordoet tekent het broedseizoen 2016 zich reeds af als een uitermate dramatisch broedseizoen zowel in ons controle bos (30 ha met 192 nestkasten) als in de steden Gent, Sint-Niklaas en Dendermonde met resp. 190, 133 en 126 nestkasten in een gradiënt van urbaan naar ruraal.  Een analoog bericht is ook reeds verschenen voor Nederlandse mezen (https://www.naturetoday.com/intl/nl/nature-reports/message/?utm_source=newsletter&utm_medium=e-mail&utm_campaign=user-mailing&msg=22762 ).

Door de afwisselende koude en warme periodes werden heel wat legsels verlaten. Heel wat eieren bleven liggen en weinig jongen kwamen uit. Daarna kregen we de overvloedige regens die een negatieve invloed hadden op het voedselaanbod en voor heel wat dode jongen zorgde.  Zo hadden we een legsel met 9 eieren, 6 eieren kwamen uit en slechts 2 jongen vlogen uit met een duidelijk ondergewicht.

Op het ogenblik worden de nestkasten nog gecontroleerd op eventuele vervolglegsels of tweede broedsels maar ook die zijn er amper en  eind juni begin juli beginnen de mezen te ruien.  Het broedseizoen 2016 lijkt dus zowel voor de koolmezen als de pimpelmezen een verloren seizoen. 

Terwijl de schaars uitgevlogen jongen nu nog onafhankelijk zijn van hun ouders horen we in ons controlebos amper bedelende jongen.  Opvallend is dat we nu in onze tuin zowel een koolmees ouder als een pimpelmeesouder waarnemen met enkele uitgevlogen jongen die nu volop gevoerd worden met nootjes.  Dit gebeurt enkel in jaren met een opvallend voedseltekort.  Tijdens min onderzoek naar het sociaal gedrag van mezen heb ik dit in 10jaar maar 2 keer meegemaakt.  Gemakzucht? Zeker niet want in goede jaren laten ze de nootjes gewoon links liggen.   

Zes dode koolmezen van zo’n 3- 4 dagen oud                                                 

Twee dode achtergebleven pimpelmezen