U bent hier

Studies over mezen in Vlaanderen

Hieronder kan U artikels vinden over de toestand van de mezen in Vlaanderen en wereldwijd.
 
Ook artikels die de laatste 10 jaar zijn verschenen in 't Groene Waasland.
 
Wereldwijd
 
 
Bij lage koolmeesdensiteiten, op het ogenblik dat interspecifieke competitive wel degelijk optreedt, zal het territorial gedrag van de koolmees geen effect hebben op de pimpelmees densiteit.  Bij hoge koolmeesdensiteit zal het territoriaal gedrag van de koolmees de pimpelmees broeddensiteit limiteren.  
 
André A. Dhondt, Jeanine Schillemans & Jenny De Laet.
Ardea 70: 182-185 (1982).
 
 
 
De waargenomen relaties op een winter voederplaats, de winter home rang en de dominantie verhoudingen werden bestudeerd in een koolmeespopulaties over 4 opeenvolgende jaren.  Zowel bij juveniele mannetjes die de populatie verlaten op het einde van de winter al degenen die rekruteren in de volgende broedpopulatie is de dominantiestatus tijdens de winter niet afhankelijk van de plaats van de voedertafel. Daartegen is de dominantie status  van adulte mannetjes in bepaalde jaren duidelijk afhankelijk van de plaats van de voedertafel. Tijdens de territoriale periode is de dominantie status duidelijk plaatsgebonden.  
 
Jenny De Laet (1984)
Ornis Scandinavica 19: 73-78 (1984)
 
 
 
Seasonal variation of plasma levels in free living adult and juvenile male Great Tits were measured by radioimmunoassay over a period of 5 years. 
 
Jenny De Laet, Andre Dhondt & Jozef De Boever. 
General and comparative endocrinology 58: 277-286 (1985). 
 
 
In de winter van 1981-82 werd het dominantie systeem van vrijgevende Koolmezen Parus major die een voedertafel  met zonnebloempitten bezoeken, bestudeerd in functie  van het voorkomen van een sperwer als predator.   Zonder een predator zijn dominante vogels  succesvoller en moesten minder wachten tijdens het foerageren.  Er werd een negatieve correlatie gevonden tussen dominantie en de volgorde van initiële aankomst na het opduiken van een  predator. Nadat een Sperwer  Accipiter nisus over de voedertafel  was gevlogen, werd een correlatie gevonden tussen de
dominantie van vogels en de volgorde van hun terugkeer naar de voedertafel. Deze veldstudie ondersteunt de resultaten van een analoog onderzoek over anti-roofdiergedrag en dominantie in gevangenschap levende pimpelmezen Parus caeruleus.
 
Jenny De Laet 
Ibis 127: 1-6 (1985).
 
 
 
We testten de hypothese dat het gewichtsverlies van koolmees - (Parus major) en pimpelmees wijfjes ( P. cueruleus) tijdens het met succes grootbrengen  van hun eerste broedsel, een invloed heeft op hun vermogen om een tweede broed te starten. Het avondgewicht van de vrouwelijke
ouders werden geregistreerd toen de nestjongen tussen 5 en 13 dagen oud waren, in verschillende jaren en habitats. Verschillende  hypotheses werden getest: (1) beide soorten verliezen gewicht tijdens het grootbrengen van nestjongen en koolmeeswijfjes die een tweede broed beginnen verliezen minder gewicht dan vrouwtjes die dat niet doen; (2) verschillen in het gemiddelde gewichtsverlies  tussen jaren en gebieden correleren met verschillen in het aandeel tweede broedsels; (3) het gewichtsverlies bij pimpelmees wijfjes, die slechts zelden een tweede broedsel realiseren, is hoger dan bij koolmezen waar tweede broedsels vaker voorkomen. 
 
Jenny De Laet & André Dhondt 
Ibis 131: 281-289 (1989).
 
 
De lentetemperaturen in gematigde streken zijn de afgelopen 20 jaar gestegen en veel organismen reageren op dit vervroegen van onze lentes door de timing van hun groei en reproductie te versnellen. Maar niet alle populaties vertonen een vervroegen van hun fenologie. Begrijpen waarom sommige populaties vervroegen en andere niet  geeft ons een inzicht in de mogelijke beperkingen en selectiedruk op vervroegen van hun fenologie.  
 Door twee decennia aan gegevens te combineren over 24 populaties tieten (Parus sp.) Van zes Europeanenlanden laten we zien dat de fenologische respons op grootschalige veranderingen in de lentetemperatuur varieert over het bereik van een soort, zelfs tussen dicht bij elkaar gelegen populaties.
 
Marcel E. Visser , Frank Adriaensen, Johan H. van Balen, Jacques Blondel, Andre´ A. Dhondt, Stefan van Dongen, Chris du Feu, Elena V. Ivankina, Anvar B. Kerimov, Jenny de Laet, Erik Matthysen, Robin McCleery, Markku Orell and David L. Thomson   
 Proc. Roy. Soc. Lond. B 170: 367-372 (2003).
 
 
Klimaatverandering zal naar verwachting diepgaande ecologische effecten hebben, maar verschuivingen in concurrentievermogen tussen soorten worden in dit verband zelden bestudeerd. Pimpelmezen (Cyanistes caeruleus) en koolmezen (Parus major) strijden om voedsel en rustplaatsen; toch bestaan ze naast een groot deel van hun range naast elkaar. Klimaatverandering zou dus de concurrentieverhoudingen en het naast elkaar bestaan tussen deze twee soorten kunnen veranderen.
 
Nils Chr. Stenseth*, Joël M. Durant, Mike S. Fowler, Erik Matthysen, Frank Adriaensen, Niclas Jonzén, Kung-Sik Chan, Hai Liu, Jenny De Laet, Ben C. Sheldon, Marcel E. Visser & André A. Dhondt 
Proceedings Royal Soc. B 282:  20141958 (2015).
 
 
Hoewel tal van studies de negatieve effecten van verstedelijking op vogels melden, zijn er maar weinig studies die de rol van de stedelijke schaal  op het reproductief proces onderzoeken.  Bovendien zijn veel studies  gebaseerd op kwalitatieve in plaats van kwantitatieve beoordelingen van verstedelijking.
Deze studie probeerde deze problemen aan te pakken door de effecten van verstedelijking te testen, gemeten op twee ruimtelijke schalen, op het broedsucces van koolmezen Parus major. 
Een nest design, met meer dan 400 nestkasten, werd gebruikt in studieplekken overal in
Noord-België met a priori gekwantificeerde verstedelijkingsgraden op zowel lokaal als
regionale schalen. 
 
Jacques de Satgé, Diederik Strubbe, Joris Elst, Jenny De Laet, Frank Adriaensen, Erik Matthysen.
Journal of Avian Biology 50: 15pp (2019)      
 
 
 
Nu het broedseizoen van 2015 langzaam dichter bij komt, is het tijd om toch nog eens terug te blikken
op het broedseizoen van 2014. Het broedseizoen 2014 kan algemeen bestempeld worden als een matig broedseizoen.
 
Jenny De Laet 
’t Groene Waasland 190: 12-14.
 
 
Het koolmezen broedseizoen 2015 ligt alweer een tijdje achter ons. 
Algemeen kunnen we stellen dat het broedseizoen 2015 eerder een dramatisch seizoen was met veel sterfte. Dat was niet alleen in de urbane regio’s het geval maar ook in ons controlegebied (30 ha groot beukenbos), in alle bosfragmenten en ‘speedy plots’ verspreid over Vlaanderen waar ook nestkasten opgevolgd worden. 
 
Jenny De Laet 
’t Groene Waasland 192: 4 – 7.
 
 
Jenny De Laet 
’t Groene Waasland 199: 12-14.
 
 
Alhoewel het nog steeds ‘putteke’ winter is horen we in januari zo nu en dan opnieuw koolmezen, pimpelmezen, zwarte mezen, heggemussen, roodborst (nog steeds de winterroodborst), vooral op zonnige dagen, al eens zingen. De dagen beginnen nu opvallender te lengen maar toch vormen januari en februari voor de residente vogelwereld nog 2 moeilijke maanden.
 
Jenny De Laet
’t Groene Waasland 205: 8-9
 
 
 
Het broedseizoen 2018 was totaal anders dan de broedseizoenen 2014 –2017: het was warm en droog. Terwijl deze omstandigheden voor de bosmezen gunstig uitvielen, ondervonden de stadsmezen toch enkele problemen.
 
Jenny De Laet 
’t Groene Waasland 211: 6-8
 
 
Elk jaar gaan er veel te veel jonge meesjes dood in het nest. Sedert 2012 loopt er een citizen science urbaan mezenproject (www.abllo.be/na tuur-landbouw/urbaan-mezenonderzoek ) op basis van nestkasten vooral bij particulieren.
 
Jenny De Laet 
’t Groene Waasland 212: 10-11
 
 
Toen op 12 september het onderzoeksrapport van ‘SOS mezen’ verscheen, stonden we werkelijk perplex. Dat er jaarlijks heel wat mezenjongen dood gaan in het nest weten we heel goed. Vooral het dood gaan van grotere jongen (>11dagen), in urbane en landelijke gebieden en opvallend minder in ons controlebos, schreven we toe aan factoren als:
- Het verdwijnen van een ouder.
- Predatie van beide of een van de ouders door katten.
- voedseltekort
- Vergiftiging
 
Jenny De Laet
‘t Groene Waasland 213: 25
 
De bestandsnamen van alle artikels :
 
1982_Blue_Tit_Territories_in_populations_at_different_density_levels_Dhondt_A._Schillemans_J&De_Laet_J.pdf
1984_Site_related_dominance_De_Laet_J.pdf
1985_Circannual_plasma_androgen_levels_Great_Tits_De_Laet_J.pdf
1985_Dominance_and_anti_predator_behaviour_of_Great_Tits_Parus_major_a_field_study_De_Laet_J.pdf
1989_Weight_loss_of_the_female_during_the_first_brood_De_Laet_J.pdf
2003_Variable_responses_to_large_scale_climate_change_in_European_Parus_populations_Visser_M_E_et_al.pdf
2015_Testing_for_effects_of_climate_change_on_competitive_relationships_and_coexistence_between_two_bird_species_Stenseth_Durant_et_al.pdf
2019_Urbanisation_lowers_great_tit_Parus_major_breeding_success_at_multiple_spatial_scales_De_Satgé_J_et_al.pdf
 
2015_GW_190_150315_koolmezen_projecten_De_laet_J_12-14.pdf
2015_GW_192_150915_koolmezen_dramatisch_broedseizoen_De_laet_J_p4-7.pdf
2017_GW_199_170115_broedseizoen_mezen_opnieuw_dramatisch_De_laet_J_p12-14.pdf
2018_GW_205_180115_broedseizoen2017_ronduit_slecht_De_laet_J_p8-9.pdf
2019_GW_211_190315_Broedseizoen2018_De_laet_J_p6-8.pdf
2019_GW_212_190515_teveel_jonge_stadsmezen_sterven_De_laet_J_p10-13.pdf
2019_GW_213_190915