U bent hier

Opmerkingen bij startnota RUP AZ Nikolaas

De stad Sint-Niklaas heeft, in nauw overleg met de directie van AZ Nikolaas, de procesnota en de startnota bij het ontwerp van het gemeentelijk ruimtelijke uitvoeringsplan AZ Nikolaas voorgelegd (kortweg GRUP en AZN) tijdens de raadpleging van 22 mei tot 20 juli 2018.

Infopanelen bij info-moment op zaterdag 16 juni 2018

Hierna volgen de opmerkingen van ABLLOvzw bij de voorgelegde nota’s.

Opmerking één: Dit is een zeer grootschalige project. Het gaat het belang van de stad te boven. Het heeft een regionaal belang voor ruim 300.000 inwoners. Het gaat om een investering van ruim 300 miljoen EURO. Een behandeling binnen een bovenlokaal beleidsorgaan is ook nodig, bijvoorbeeld in de vervoerregioraad, de provincie en Interwaas.

Opmerking twee: Uit de voorgelegde documenten blijkt, dat nog te weinig toegevoegde waarde wordt nagestreefd met het project. De puzzelstukken passen nog niet goed in mekaar om nu al over te gaan tot een uitvoeringsplan. In de planvorming is het nog te vroeg om dit GRUP voor te leggen. Een GRUP is uitvoeringsgericht. De eerder te nemen horden zijn overgeslagen of zijn niet goed uitgewerkt:

  1. De definiëring van een visie op een nieuw AZN in een (zich wijzigende) maatschappelijke, verkeers-, en vervoerskundige en ruimtelijke context wordt niet vermeld in de startnota. Er zijn veel trends en trendbreuken met bedreigingen en kansen waarop een visie moet inspelen.
  2. Er wordt geen ruimtelijk concept voorgelegd van de kernstad en het ommeland waarin AZN past. Het behoud en de versterking van het ruit-en-corridor-model of enig ander te ontwikkelen concept is noodzakelijk, want AZN is een grootschalige structuurbepalende voorziening.
  3. Er is geen kwalitatieve en kwantitatieve taakstelling van een nieuw AZN binnen de ruimtelijke-, verkeers- en vervoersstructuur van stad en ommeland.

AZN lijkt op het Oosterweelverhaal. Ziekenhuismanagers gaan in zee met politici, architecten en ingenieurs. De samenhang met de omgeving is niet uitgewerkt door stedenbouwkundigen en ruimtelijke planners.

Opmerking drie: Met betrekking tot de visie. Uitgerekend tijdens deze raadpleging verschijnt in de Stadskroniek van juni 2018 op pagina 13 een bondige visietekst.

Steden en gemeenten (…) werken volop aan positieve evoluties op het vlak van o.a. duurzame mobiliteit en stedenbouw. Hierbij staan levenskwaliteit, sterke lokale handel en bereikbaarheid centraal (…) en slim omgaan met schaarse ruimte in onze kernen.

Dit wordt met voorliggend GRUP totaal niet gevolgd.

Opmerking vier: In de planvorming ontbreekt een creatief zoeken naar allesomvattende oplossingsrichtingen. Er is onvoldoende vertaalslag van visie naar concept. De ontwerptaak in 2011 om ‘overheen de Hospitaalstraat te bouwen’ was te beperkt (zie hfst. 1 in de startnota). Kortom, vooraleer een GRUP voor AZN op te maken diende eerst een open oproep of een stedenbouwkundige wedstrijd gelanceerd te worden. Zo is er meer kans om de meest vindingrijke variante, met meer toegevoegde waarde(n), tot ontwikkeling te laten komen.

Opmerking vijf: In de startnota (hfst. 1) wordt uitgelegd hoe de ‘organisatie versus architectuur en stedenbouwkundige layout’ op de huidige locatie niet goed functioneert. Er wordt uitgelegd hoe men onderzocht heeft om beide campussen te verbinden met elkaar dwars over de Hospitaalstraat. De centrumstedelijke ligging van AZN wordt veroordeeld, omdat de campus veel verkeer genereert en ‘een aanzienlijke oppervlakte parkeerruimte nodig heeft’. In de hoofden van de opdrachtgevers speelt verkeer een grote rol.

Zij gaan geheel voorbij aan een sturend beleid inzake verplaatsingen. Verkeer kan totaal andere vormen aannemen indien men het vervoer naar andere modi bevordert. Denk aan het bekende stop-beginsel. En denk aan trends met deelfietsen en deelauto’s. Ze plaatsen het megalomane parkeer- en verkeersverhaal in een geheel andere perspectief. Net als in de telecommunicatie, zijn er over 10 jaar grote veranderingen te verwachten in de mobiliteit.

Opmerking zes: Een aantal beleidsplannen worden in de startnota (hfst. 4 en 5) aangehaald zonder er iets mee te doen in dit GRUP. Tal van bindende bepalingen worden niet gevolgd of de praktische afstemming blijft vaag. Bijvoorbeeld met betrekking tot volgende plannen:

  1. Gewestelijk RUP afbakening regionaal-stedelijk gebied Sint-Niklaas.
    Het GRUP AZN is daarbuiten gelegen. Het stedenbeleid, in het kader van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, wordt niet gerespecteerd. Het buitengebied wordt verder aangetast.
  2. Herbevestiging agrarische gebieden.
    Het GRUP AZN ligt geheel in dit gebiedstype. Daarbij moet men compensatiegebieden zoeken (zie ook in opmerking 9).
  3. Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.
    De versterking van de corridor, als openbaarvervoersas en als lint met vele centrumfuncties wordt niet gevolgd. AZN verlaat de centrumas, waardoor deze ernstig verzwakt. En de Z-vormige groenstructuur wordt aangetast met de verhuizing. Uitgerekend in het buitengebied wil men een nieuw centrum bouwen.
  4. Het gemeentelijk mobiliteitsplan.
    Het GRUP AZN komt op 1 km van het gewenste  ‘Stadsknooppunt West, OV- en fietsknooppunt’. Dit is het wegenknooppunt N70/N41. Onduidelijk blijft hoe de relatie van AZN met dit stadsknooppunt vorm gaat krijgen. De voetganger zal nooit de hoofdrol kunnen spelen in dit gebied (een zogenaamde C-locatie = enkel goede autobereikbaarheid) en met zulke afstand.
  5. Basisbereikbaarheid.
    In de startnota geen woord over het kernnet van stad en regio. Laat staan over een degelijke operationele en economische onderbouwing van een bijkomende lijn op het kernnet. Voor AZN als zeer belangrijke functie in / voor het Waasland moet met een ambitieuze taakstelling voor het openbaar vervoer het overmatig autogebruik dalen. Idem met bevordering van het gezonde stappen en trappen.

Opmerking zeven: De onderwerpen van te voeren MER-onderzoeken (hfst. 7 in de startnota), focussen op de site van het voorgestelde GRUP terwijl andere locaties niet goed onderzocht werden. Wij stellen voor om voorafgaandelijk bijkomend onderzoek te doen.

  1. Onderzoek naar meer alternatieven op basis van bijkomende uitsluitingscriteria (zie hfst.2 in de startnota). Zoals er zijn: centrale positie, zuinig ruimtegebruik, synergie, kwaliteit publiek domein, omgevingskwaliteit. Dit als swot-analyse (sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen) in het ruimtelijk weefsel en in de netwerken. En dit op schaal van de site, de kernstad en het Waasland.
  2. Onderzoek naar de waarde van de synergie van het huidige AZN in relatie met de kernstad met stedelijke functies, het park, de buscorridor, het fietsroutenetwerk, het publiek domein, sociale cohesie, onderwijs, handel en diensten. Dit als nulmeting tegenover andere locaties.
  3. Onderzoek naar de potentiële waarde van het ‘parkziekenhuis.  Dit is het concept dat ABLLO vzw voorstelt (zie bijlage of zie : www.abllo.be/AZN ). Dit concept (naast andere concepten) dient zeker onderzocht te worden. Bijvoorbeeld wat ruimtegebruik betreft (zoals  parkeren = 0 m²), meerwaarde voor publiek domein, geen extra kosten voor openbaar vervoer, vlotte bereikbaarheid voor alle modi vanuit heel de regio, synergie met de binnenstad (zoals scholen), omgevingskwaliteit (zoals park, uit te breiden)…

Opmerking acht. Wij stellen voor om bijkomend onderzoek te doen op vlak van mobiliteit.

  1. Onderzoek naar de huidige verdeling in vervoermiddelengebruik, als nulmeting.
    Vragen kunnen zijn:
    - Hoe komen patiënten en bezoekers en werknemers naar het AZN als voetganger, fietser, met openbaar vervoer, als autobestuurder of –passagier?
    - Waar parkeren zij nu hun fiets of auto?
    - Hoeveel personeelsleden brengen kinderen naar school of de kinderopvang in Sint-Niklaas, in combinatie met hun rit naar hun werk in AZN?
    - Waarom worden bepaalde vervoermiddelen niet gebruikt?
    Eén of meerdere staalnames zijn nuttig om een beeld te vormen. Op basis van de huidige cijfers kan men dan de mogelijke verplaatsingsveranderingen na een verhuizing beter inschatten of aansturen. In het Mober AZN (o.a. p39 en p43), vertrekt men vanuit de situatie bij andere ziekenhuizen wat niet ideaal is.
  2. Onderzoek naar de huidige en toekomstige sterkten / zwakten van het openbaar vervoer. Men zegt, dat het openbaar vervoer goede verbindingen krijgt naar het nieuwe AZN. Maar een duidelijk uitgewerkt operationeel en economisch plan, met vermelding wie dat gaat betalen, is er niet. Voor het autoverkeer heeft men in de Mober reeds onderzocht naar welk soort kruispunt met allerlei varianten er best op de N41 komt. Voor het openbaar vervoer staat er slechts een zeer magere bijdrage (p25 tot p27).
  3. Onderzoek naar nieuwe vormen van mobiliteit. Het nieuwe AZN gaat ten vroegste in 2027 open. Hoe gaan wij ons dan verplaatsen? Een ‘aftastend’ onderzoek is hier op zijn plaats. Het autoverkeer zal een grote evolutie ondergaan: van privé wagens naar deelsystemen, zelfrijdend, met elektro-motor of op waterstof. Komt er een Uber-achtig systeem zonder chauffeurs? Is een megaparking op die plaats dan nog nuttig of gewenst? Vergelijk een GSM uit 2007 met een smartphone nu. De combinatie van de verbetering van hardware, software en de netwerken hebben die evolutie tot stand gebracht. Voor de automobiliteit zullen ook de verbetering van hardware, software en de netwerken (communicatie tussen auto’s …) eenzelfde enorme evolutie veroorzaken. De zelfrijdende auto tracht nu de poort open te krijgen, maar dat lukt nog niet. Eenmaal open, zal het zeer snel gaan. Alle grote merken en softwarebedrijven werken daaraan. Auto’s delen zal ook pas echt doorbreken als de netwerking goed verloopt. Is het niet absurd een nieuw AZN te plannen buiten de stad, waarbij men zich teveel baseert op veel te oude uitgangspunten en gegevens op vlak van o.a. verkeer en niet op de nieuwe mobiliteit van de toekomst?
    Zo’n onderzoek, waarbij men probeert te kijken in de toekomst, vraagt dat men zoveel mogelijke opties/toekomstbeelden naast mekaar zet en dan een vergelijking probeert te maken tussen de verschillende potentiële locaties.

Opmerking negen. De voorgestelde compensatie in het woonuitbreidingsgebied Vrasenestraat, circa 6,35 ha, is niet interessant omdat het aan drie zijden omgeven is door woongebied en aansluit bij de dorpskern. Dit gebied is eerder kernversterkend met invulling als woongebied. Er moeten toch gebieden te vinden zijn, waarbij de omzetting tot landbouwgebied zinvoller is. Wie betaalt de compensatie, de Vlaamse Overheid, de stad Sint-Niklaas of AZN? En wat is een raming van de prijs? Welke prijzen hanteert men hiervoor?

Opmerking tien. Onvoldoende uitwerking van duurzame ontwikkelingsdoelstellingen.

In de startnota ontbreken de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Deze zijn aangenomen door de algemene vergadering van de VN met de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling. Gedurende de komende 15 jaar moeten 17 algemene doelstellingen een actieplan vormen om de mensheid te bevrijden van armoede en de planeet terug op de koers richting duurzaamheid te plaatsen. Deze doelen die één en ondeelbaar zijn, reflecteren de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het ecologische aspect. Enkele voorbeelden bij dit nieuwe AZN:

  • Economisch: bovenop de ruim 300.000.000 euro investering volgen nog rekeningen die afgewimpeld worden op anderen. Zoals bijkomende wegenaanpassing, blijvende meerkost voor de openbaar-vervoeruitbating zonder opwaardering ervan, verminderen van de omzet bij handelszaken in de binnenstad door minder nabijheid van klanten, compensatiegebieden afkopen....
  • Sociaal: Je zal maar als bejaarde partner ‘achter’ blijven. De verplaatsing naar het nieuwe AZN met de fiets of het openbaar vervoer wordt slechter. Je zal maar als student verpleegkunde moeten gaan pendelen tussen school en stage in AZN. De sociale rol van de stadskern brokkelt af. De kwaliteit van het publiek domein als sociale ruimte komt zelfs niet ter sprake in de startnota.
  • Ecologisch: Het nieuwe AZN is een nieuwe centrumfunctie buiten het centrum. Hiermee vreet de stad aan de buiten. Ruimte als schaars goed wordt opgeofferd door een ruim dubbel zo groot perifeer liggend terrein aan te snijden. De levensvoorwaarden worden verder belast door afstand, meer wegverkeer, negatieve impact op het buitengebied, vernietiging van synergie en symbiose met het stadshart.

Deze en andere woonecologische factoren passen niet in een duurzaam beleid.

Kortom, ABLLO vzw vertrouwt erop dat dit strategische project AZN getoetst wordt aan het steeds prangender klimaat-, energie-, ruimtelijk- en mobiliteitsdebat. Dit project dient dus absoluut geheroriënteerd te worden om een substantiële bijdrage te kunnen leveren aan de noodzakelijke (en door het stadsbestuur beloofde) transitie naar een klimaatneutrale stad Sint-Niklaas. In plaats van een project te blijven dat al deze nobele doelstellingen voor lange tijd zal ondergraven en de facto onmogelijk zal maken.

Namens de Raad van Bestuur van ABLLO vzw